FAQ: PVC & milieu

 

 

PVC is een van de meest succesvolle moderne kunststoffen. PVC wordt gebruikt voor uiteenlopende toepassingen in ons dagelijkse leven en speelt een vooraanstaande rol in de bevordering van gezondheid, zekerheid en veiligheid.

Slechts weinig kunststoffen werden zo grondig bestudeerd als PVC. In al zijn levensfasen werd de impact van PVC op de gezondheid en op het milieu onderzocht: van de productie over het gebruik tot de uiteindelijke verwijdering van de uit PVC gemaakte producten.

Dankzij al die voordelen werd PVC de op een na grootste basiskunststof en blijft de vraag naar PVC stijgen.

PVC-producenten blijven vertrouwen in het materiaal en zijn blij met de groeiende belangstelling voor het behoud van de natuurlijke wereld in de ruimste betekenis van het woord, met inbegrip van energiebehoud, afvalverwerking en gezondheidszorg voor mens en dier.

Er zijn echter milieugroeperingen die de jongste jaren druk en kritiek uitoefenden op PVC. Maar het debat werd niet op een eerlijke en redelijke manier gevoerd. In extreme gevallen werden zelfs beschuldigingen geuit, die nergens op zijn gebaseerd en niet door de zuivere wetenschappen worden bevestigd. De industrie wijst een dergelijke benadering van de hand als een onverantwoorde werkwijze, die milieudoelstellingen eerder zal benadelen dan begunstigen.

Net als andere producten van de chemische industrie is PVC onderworpen aan reglementeringen en onderzoek door nationale en internationale overheden. De industrie is ook erg ontvankelijk voor milieuzorg en stimuleert vooruitgang in technologieën die een voortdurende verbetering van processen en producten nastreven.

 

1. Chloor

Chloor is een zuiver kunstmatig product dat we niet nodig hebben en dat zou kunnen worden vervangen. Waarom maken we ons er dan niet gewoon vanaf?

Chloor is een van de meest voorkomende natuurlijke elementen – we vinden het in ons bloed, in onze huid en in onze tanden. Kunstmatig chloor is net zo belangrijk. Heel wat moderne producten zouden verdwijnen als het niet bestond. Geneesmiddelen, producten van kunststof en huishoudelijke goederen, zoals televisies, computers en elektronische toestellen, zouden niet meer dezelfde zijn, net als de meeste moderne transportmiddelen.

De chloorindustrie verbindt zich ertoe de impact van haar producten en processen op het milieu en op de menselijke gezondheid zoveel mogelijk te beperken. Als bewezen zou worden dat een op chloor gebaseerd product onaanvaardbare gezondheidsrisico’s in zich draagt, dan zou de industrie voor vervanging pleiten. Het is echter uiterst belangrijk dat mogelijke alternatieven grondig worden onderzocht voor ze op de markt worden gebracht, zodat we er zeker van kunnen zijn dat ze minder schadelijk zijn dan het product dat ze vervangen.

Hoeveel chloor wordt in de PVC-industrie gebruikt?

Ongeveer een derde van al het in Europa geproduceerde chloor is bestemd voor de productie van PVC. Maar chloor is ook een belangrijke grondstof voor een heleboel andere industrieën. Zo is bijtende soda, een co-product bij de productie van chloor, van essentieel belang voor de productie van papier, zeep en textiel. Het andere co-product is waterstof, dat een hoge energiewaarde heeft en in fabrieken als brandstof wordt gebruikt.

Waarom zouden wij chloor willen, als voor de productie ervan kwik wordt uitgestoten, dat het milieu kan beschadigen?

Op wereldvlak bedraagt de totale kwikuitstoot van alle bronnen samen meer dan 20.000 ton per jaar. Minder dan 0,1 procent daarvan kan aan de chloorindustrie worden toegeschreven. Sinds 1977 verminderde de kwikuitstoot van de chloorindustrie met 91 procent tot achttien ton in 1995, toen het amalgaamproces voor twee derde van de Europese chloorproductie instond. Terwijl nieuwe chloorfabrieken met alternatieve technologieën worden uitgerust, zijn wij van mening dat er geen verdedigbare milieu-argumenten zijn om de enorme investeringen (5 miljard EURO) te rechtvaardigen, die nodig zijn om de bestaande, op kwik gebaseerde chloorfabrieken door kwikvrije technologieën te vervangen.

Hoe verdedigt u het transport over de weg of per trein van een uiterst gevaarlijk product als chloor?

Gedurende vijftig jaar was het bulkvervoer van vloeibaar chloor in West-Europa bij geen enkel fataal ongeluk betrokken. Om het vervoer tussen fabrieken te beperken, vestigen producenten hun productiefaciliteiten zo dicht mogelijk bij de plaats waar het chloor wordt gebruikt. Transport blijft noodzakelijk voor kleinere gebruikers, die onvoldoende hoeveelheden nodig hebben om in situ-chloorproductie haalbaar te maken. Bovendien beantwoorden de voor het transport gebruikte voertuigen aan de hoogste normen, worden de vervoersoperaties aan nauwgezette controles onderworpen en krijgen de chauffeurs van de tankwagens een speciale opleiding.

>>> Terug naar boven

 

2. Productie van VCM/PVC

Het is afdoende bewezen dat mensen die tijdens hun werk in PVC-fabrieken met vinylchloridemonomeer (VCM) in aanraking komen, kanker kunnen krijgen. Hoe verantwoordt u dat de werknemers aan een dergelijk risico worden blootgesteld?

Bijna dertig jaar geleden werd dit probleem voor het eerst vastgesteld en opgelost. VCM werd geïdentificeerd als de oorzaak van een zeldzaam type leverkanker, dat voorkwam bij sommige werknemers, die gedurende een lange tijd aan hoge concentraties van de stof waren blootgesteld. Van zodra het verband was aangetoond, werden maatregelen getroffen om het niveau van blootstelling te verminderen. De in een richtlijn van de Europese Unie vastgelegde wettelijke grenswaarde sluit elk risico voor de gezondheid uit, terwijl het niveau van blootstelling meer dan duizend keer lager ligt dan vroeger.

Is het waar dat de PVC-producerende fabrieken grote hoeveelheden VCM in de atmosfeer lozen?

Geen enkel productieproces kan volledig ’emissievrij’ zijn. Toch ligt de hoeveelheid VCM gemeten in de onmiddellijke omgeving van de fabrieken meer dan honderd keer onder de norm die door de overheid werd vastgelegd ter bescherming van de gezondheid van de fabriekswerknemers. Verbeterde productieprocessen zorgen ervoor dat de emissiewaarden nog verder afnemen.

Wanneer een tankwagen die deze zwaar toxische stof vervoert, betrokken raakt bij een auto- of treinongeluk, kan de gezondheid van honderden mensen in gevaar komen. Is het dat allemaal wel waard?

Over de afgelopen veertig jaar zijn ons geen fatale ongelukken met het transport van VCM bekend. We verwachten daarin geen verandering, omdat de uitrusting die wij nu voor het vervoer van VCM gebruiken speciaal is ontworpen om schokken op te vangen en corrosie te weerstaan.

Het vervoer van VCM houdt dezelfde risico’s in als het transport van andere ontvlambare stoffen, zoals propaan, butaan of aardgas, waarvoor dezelfde veiligheidsregels gelden. Bovendien heeft de bouw van geïntegreerde fabrieken de nood om VCM te vervoeren, verminderd.

Greenpeace heeft een lijst samengesteld met ongeveer dertig zwaar toxische bijproducten, die tijdens de productie van VCM vrijkomen. Een groot aantal van die stoffen kan kanker veroorzaken. Wat gaat u met al die uiterst gevaarlijke stoffen doen?

De industrie heeft die bijproducten altijd als potentieel gevaarlijk beschouwd. Ze worden op een zorgvuldig gecontroleerde manier verwijderd, bijvoorbeeld in bijzondere verbrandingsinstallaties, die door de overheid worden gereglementeerd.

Greenpeace zegt ook dat PVC-fabrieken jaarlijks enorme hoeveelheden dioxinen de lucht in jagen en dat die emissies kankerverwekkend zijn. Vindt u dat ook niet onaanvaardbaar?

Die beweringen zijn zonder meer fout. Bij het productieproces -net als bij vele andere industriële activiteiten- komen erg kleine hoeveelheden dioxinen vrij, maar deze worden in de fabriek zelf opgevangen en vernietigd, zodat de hoeveelheid die uiteindelijk in de atmosfeer terechtkomt, miniem is.

Greenpeace beweert dat PVC dioxinen bevat. Verkoopt u via uw materiaal dan eigenlijk dioxinen?

Dat is helemaal fout. Uitgebreid onafhankelijk onderzoek heeft aangetoond dat zelfs met behulp van de sterk geavanceerde, moderne meettechnieken geen dioxinen in PVC-polymeer kunnen worden gedetecteerd.

Zijn de Europese PVC-producenten echt van plan hun milieuprestaties te verbeteren, of houden ze zich gewoon aan het strikte minimum van nationale en internationale voorschriften?

De Europese PVC-industrie heeft zich er stellig toe verbonden hoge milieunormen na te leven. Dat werd duidelijk in 1995, toen de elf leden van de European Council of Vinyl Manufacturers vrijwillig een Industrieel Charter ondertekenden over de productie van VCM en PVC. In het Charter, dat ruime verspreiding kende, verbonden de Europese PVC-producenten zich ertoe de overeengekomen doelstellingen en normen op het vlak van de productie van PVC/VCM en op dat van de ontwikkeling van milieuvriendelijke processen te halen. Dat was geen reclamestunt, maar een bewijs van de verbintenis te blijven streven naar steeds betere productie- en milieunormen.

Terug naar boven

 

3. Toepassingen van PVC

U zegt dat PVC goed is voor het milieu. Hoe legt u dat uit?

Bij de talrijke voordelen van PVC horen: een doeltreffend gebruik van grondstoffen, een laag energieverbruik tijdens de productie en een lange levensduur. Die troeven zorgen ervoor dat PVC, zowel vanuit economisch als vanuit milieustandpunt, een uiterst rendabele oplossing biedt voor een ruime waaier aan toepassingen. Zo gaan raamprofielen in PVC gaan meer dan veertig jaar mee, waardoor er minder nood is aan vervanging of herstel en zowel de kosten als de milieugevolgen worden beperkt.
De eigenschappen zorgen niet alleen voor een hoge levensstandaard, ze dragen ook bij tot een duurzaam beheer van het milieu, mét economische groei.

Ik heb gehoord dat VCM dat in PVC-verpakkingsmateriaal aanwezig is, door voedsel of drank kan worden opgenomen en kanker kan veroorzaken. Moet verpakkingsmateriaal in PVC niet worden verboden?

Resterend VCM kan naar voedsel of drank migreren, maar enkel in uiterst kleine hoeveelheden, die door gezondheidsdiensten als volstrekt onschadelijk worden beschouwd en ruim binnen de reglementering van de Europese Unie vallen. Testen van onafhankelijke toxicologen bevestigen dat.

Zijn sommige ingrediënten die gebruikt worden voor de productie van verpakkingsmateriaal in PVC, zoals huishoudfolie, kankerverwekkend?

Verpakkingsmateriaal in PVC is niet toxisch en volstrekt onschadelijk. Tijdens testen in de Verenigde Staten ontwikkelden ratten en muizen kanker nadat ze dosissen weekmaker kregen toegediend – dat is de stof die PVC soepel maakt. Die dosissen waren echter drieduizend keer groter dan de inname via de voeding van dezelfde weekmaker door mensen. Bovendien kunnen de testresultaten niet rechtstreeks naar de mens worden overgebracht, omdat wij een ander metabolisme hebben dan knaagdieren. Europese toxicologen en wetgevende autoriteiten zijn het erover eens dat weekmaker die gebruikt worden in verpakkingsmateriaal voor voedingsmiddelen, geen gevaar betekenen voor onze gezondheid of voor het leefmilieu.

Recente rapporten wijzen erop dat de in PVC gebruikte weekmakers de menselijke hormonenhuishouding kunnen verstoren en de spermaproductie kunnen aantasten. Een dergelijk risico kunnen wij toch niet aanvaarden?

De bezorgdheid werd geuit dat een groot aantal chemische stoffen, waaronder enkele weekmakers, een invloed zouden hebben op de voortplanting van mens en dier, omdat ze het natuurlijke geslachtshormoon oestrogeen nabootsen. Die veronderstelling is op weinig afdoende gegevens gebaseerd en wordt door talrijke gepubliceerde onderzoeken tegengesproken. Heel wat alledaagse artikelen, zoals soja en zuivelproducten, bevatten eveneens natuurlijke oestrogenen, die veel krachtiger zijn dan kunstmatige, op oestrogeen lijkende stoffen.

Toch neemt de Europese chemische industrie als geheel de mogelijkheid van een algemene invloed uitermate ernstig. Daarom beval ze een grondig onderzoek, dat door CEFIC, de European Chemical Industry Council, wordt gecoördineerd.

Heeft u al enig bewijs dat de weekmaker die in PVC wordt gebruikt, geen voortplantingsproblemen veroorzaakt?

Om PVC soepel te maken, worden heel wat verschillende soorten weekmakers gebruikt. Voor de meest courant gebruikte weekmakers is ondertussen bewezen dat ze geen oestrogene werking hebben. Sommige minder vaak gebruikte weekmakers blijken zwakke oestrogene activiteiten te vertonen. Maar ook die gegevens zijn nog niet afdoend en de materie wordt verder onderzocht.

Zware metalen worden als warmtestabilisatoren gebruikt, waardoor PVC in vormen kan worden gegoten. Van sommige stabiliseringsmiddelen weten we dat ze gevaarlijk zijn. Hoe rechtvaardigt u het gebruik van dergelijke gevaarlijke stoffen?

Stoffen die op bepaalde metalen gebaseerd zijn, worden als stabilisatoren in PVC-formules gebruikt. Die stoffen worden in de polymeermatrix ingesloten en leveren geen gevaar op voor de volksgezondheid of het leefmilieu.

Wanneer de milieu-impact van dergelijke stabiliseringsmiddelen wordt geëvalueerd, moet men met de hoeveelheid stabilisator die van de kunststof naar het milieu kan migreren, evenals met het toxisch potentieel van de stof rekening houden.

Onderzoek heeft aangetoond dat migratie van dergelijke verbindingen mogelijk is, maar dat tijdens de volledige levensduur van de kunststof slechts een kleine hoeveelheid stabilisator zal uitlogen.
Bovendien is het gebruik van stabilisatoren sterk gereglementeerd. Voor cruciale toepassingen van PVC-verbindingen, zoals speelgoed, producten die in aanraking komen met voedsel of drinkwater en medische toestellen, worden nauwgezette controles uitgevoerd en bestaat er een positieve lijst van toegelaten stoffen. Doorgaans worden calcium/zink stabilisatoren gebruikt. Cadmium is al jaren uit den boze, en ook lood wordt afgebouwd om ten laatste in 2015 volledig uitgefaseerd te zijn.

Waarom wordt lood als stabilisator gebruikt? Lood is toch giftig?

Lood is een natuurlijk metaal. Al sinds het begin van de jaren dertig worden loodverbindingen voor de stabilisatie van PVC-producten gebruikt.

Lood is de belangrijkste stabilisator voor harde PVC-toepassingen, maar wordt ook voor enkele soepele toepassingen gebruikt – vooral voor kabels. Loodstabilisatoren zijn erg doeltreffend en goedkoop.

Bij de belangrijkste toepassingen waarvoor loodstabilisatorsystemen worden gebruikt, horen producten voor de bouwsector met een lange levensduur: persleidingen voor drinkwatertransport, ondergrondse afvoer- en rioleringsleidingen, goten en raamprofielen. Het wordt ook gebruikt in soepele producten, zoals elektriciteitsdraden en kabelbekleding.

De jongste jaren is de druk op met lood gestabiliseerde producten, door vermeende gevaren voor de mens en het leefmilieu, sterk toegenomen. Ondanks die groeiende bezorgdheid werd nog geen enkel geval van ernstige vergiftiging als gevolg van het gebruik van loodstabilisatoren in PVC gerapporteerd. Sterker nog, drinkwaterleidingen in met lood gestabiliseerde PVC genieten ruime goedkeuring in verschillende Europese lidstaten. Desalniettemin zal ook lood binnenkort niet meer toegepast worden ( sociale druk en aanwezigheid van technische vervangproducten ) , zie vorige vraag.

Waarom wordt cadmium nog altijd als stabilisator gebruikt?

Het gebruik van cadmium wordt in een Europese richtlijn gereglementeerd. De Europese PVC-verwerkende bedrijven gebruiken sinds maart 2001 geen nieuwe cadmiumverbindingen meer als stabilisator.
Voor bepaalde gerecycleerde toepassingen zal een uitzondering worden gemaakt daar er anders geen mogelijkheid bestaat tot recyclage ( deze beslissing is nog niet bekrachtigd door de Europa )

Het is algemeen bekend dat PVC bij brand zwaar toxische rookgassen en dioxinen vrijgeeft, waardoor het gevaar voor de personen die door de vlammen worden ingesloten, sterk toeneemt. Waarom wordt dat materiaal dan toch in de bouwsector gebruikt?

Een van de redenen waarom PVC als bouwmateriaal wordt voorgeschreven en door de brandweerautoriteiten gunstig wordt onthaald, ligt precies in zijn uitstekende brandwerende eigenschappen. PVC vat heel moeilijk vlam en zal, bij afwezigheid van een krachtige, externe vlam, niet blijven branden.

Wanneer PVC toch brandt, komen daarbij waterstofchloride, koolstofmonoxide en een beperkte hoeveelheid warmte vrij. Bij alle branden komt echter koolstofmonoxide vrij en is dat gas, samen met de ontstane hitte, de belangrijkste doodsoorzaak. Koolstofmonoxide is geur- en kleurloos, waardoor slachtoffers niet beseffen dat ze het gas inademen, terwijl kleine hoeveelheden waterstofchloride de menselijke neus irriteren en een vroegtijdige waarschuwing tegen brand vormen.

Dioxinen zijn een familie chemische stoffen die tijdens talrijke verbrandingsprocessen vrijkomen. We vinden ze terug in sigarettenrook, in uitlaatgassen en zelfs in de rook van een barbecue. Ook branden zijn een bron van dioxinen, maar onderzoek heeft aangetoond dat de hoeveelheden vrijgekomen dioxinen geen schadelijke gevolgen hebben. Elke brand produceert ook polyaromatische koolwaterstoffen (PAK’s), die afkomstig zijn van allerlei brandbaar, organisch materiaal. PAK’s houden een veel groter risico in dan dioxinen – wat men vaak over het hoofd ziet in het debat over de gevaren van brand.

>>> Terug naar boven

 

4. Verwerking van PVC-afval

De aarde loopt het gevaar onder bergen afval te worden bedolven. Stortterreinen worden schaars, terwijl kunststoffen het handelsmerk van de ‘wegwerp’-samenleving zijn. Hoeveel PVC komt er in de afvalstroom terecht en draagt zo tot dat probleem bij?

Veel minder dan u zou denken. Consumenten uit de lidstaten van de Europese Unie produceren meer dan 114 miljoen ton huishoudelijk afval. Kunststoffen zijn goed voor zeven procent van dat gewicht, en PVC maakt slechts negen procent van het totale kunststofafval uit. Het aandeel van PVC in de totale berg huishoudelijk afval is dus veel kleiner dan één procent. Een van de redenen waarom zo weinig PVC in de huishoudelijke afvalstroom terechtkomt, is dat zeventig procent van dat materiaal wordt gebruikt voor toepassingen met een levensduur van meer dan tien jaar. Meer dan veertig procent van alle geproduceerde PVC komt terecht in toepassingen met een levensduur van veertig jaar of meer; sommige toepassingen, zoals leidingen, gaan zelfs honderd jaar mee. Van de PVC-toepassingen met lange levensduur zullen grote hoeveelheden slechts na 2010 in de afvalstroom terechtkomen. Tegen die tijd moeten uitvoerige afvalverwerkingsprogramma’s voor PVC in werking zijn.

Verontreinigen de honderdduizenden tonnen PVC die jaarlijks samen met het huishoudelijke afval begraven worden, bodem en grondwater?
Waarom ontdoen we ons niet van PVC in huishoudelijk afval?

Gestort PVC is inert. Het is niet bewezen dat PVC tot de vorming van gassen of tot de toxiciteit van percolatiewater bijdraagt. Om hierover zekerheid te krijgen, zette de PVC-industrie samen met de overheid een onderzoeksprogramma op om het gedrag op lange termijn van onder de grond bedolven PVC-producten in allerlei stortomstandigheden te bestuderen. Bijzondere aandacht werd besteed aan het onderzoek naar uitloging en naar degradatie van weekmakers en stabilisatiemiddelen.

Op stortplaatsen rotten natuurlijke afvalproducten weg. Synthetische stoffen niet. Waarom kan PVC niet biologisch afbreekbaar worden gemaakt?

Voor bepaalde, specifieke toepassingen werkt de kunststoffenindustrie aan de ontwikkeling van afbreekbare stoffen. De degradatie van de meeste biologisch afbreekbare producten, met inbegrip van plantaardig materiaal en papier, duurt meestal erg lang. De invoering van afbreekbare stoffen zou het ‘wegwerp’-gedrag van de samenleving niet veranderen. Integendeel, ze zou zo’n gedrag nog kunnen aanmoedigen. Bovendien kunnen afbreekbare kunststoffen enkel in specifieke composteerfabrieken worden verwerkt en mogen zij niet in de recyclingstromen van andere kunststoffen terechtkomen. In vergelijking daarmee zijn recycling of verbranding onder veilige en gereglementeerde omstandigheden veel betere opties.

Alle wetenschappers zullen u vertellen dat bij verbranding van PVC waterstofchloride (HCl) vrijkomt en dat die stof tot het ontstaan van zure regen in Europa bijdraagt. Ontkent u dat?

De afgelopen jaren werd het onderwerp zure regen grondig onderzocht. Het besluit was dat zwaveldioxide, vooral afkomstig van elektriciteitscentrales, en stikstofoxide, vooral afkomstig van motorvoertuigen, voor ongeveer 98 procent van de totale, potentiële zuurheid van de atmosfeer instaan. Waterstofchloride is slechts voor de resterende twee procent verantwoordelijk. Daarvan kan 0,5 procent aan verbrandingsinstallaties voor huishoudelijk afval worden toegeschreven – een cijfer dat nog verder zal dalen nu verbrandingsovens met doeltreffende rookgasreiniging worden uitgerust. De verbranding van PVC draagt voor minder dan 0,25 procent tot de vorming van zure gassen bij.

Het is verder bekend dat verbrandingsovens dioxinen uitstoten, die wij allen inademen. Waarom ontdoen we ons niet van die zwaar toxische, milieuverontreinigende stoffen door PVC uit de afvalstroom te halen?

Die informatie is achterhaald en onjuist. Uit uitgebreid wetenschappelijk onderzoek, dat de laatste vijf jaar in de Verenigde Staten, Frankrijk, België, Italië, Duitsland, Nederland, Zweden en het Verenigd Koninkrijk werd verricht, blijkt dat de verwijdering van PVC uit de afvalstroom geen enkel effect zou hebben op de productie van dioxinen. Zelfs zonder PVC blijft er nog voldoende chloor over uit ander materiaal, zoals papier, groenafval en tafelzout, om dioxinen te produceren. Vandaag kan de uitstoot van dioxinen worden gereglementeerd door een correcte werking van de verbrandingsinstallatie en door het gebruik van aangepaste apparatuur voor emissiebeperking. De uitstoot van moderne installaties ligt trouwens zo laag dat ze voor de overheden van heel wat Europese landen perfect aanvaardbaar is en als basis voor de normen van de Europese Unie zou kunnen dienen. Toezicht op de doeltreffendheid van verbrandingsovens is overigens een veel betere manier om het dioxinenprobleem op te lossen dan proberen te reglementeren wat mensen in hun vuilnisemmer gooien.

Waarom zouden wij dure apparatuur gebruiken om emissies te beperken, als we PVC gewoon zouden kunnen elimineren? Wat is het voordeel van het behoud van PVC in de afvalstroom?

In de eerste plaats zou emissiebeperkingsapparatuur ook zonder PVC nodig zijn om de schadelijke uitstoot van al het andere verbrande materiaal te beperken. In de tweede plaats is de calorische waarde van kunststoffen over het algemeen vergelijkbaar met die van steenkool. En hoewel ze maar zeven procent van het totale gewicht van het huishoudelijke afval uitmaken, produceren kunststoffen vijftig procent van alle energie nodig voor het verbrandingsproces. Zonder kunststoffen zouden we bij de verbranding waardevolle fossiele brandstoffen moeten gebruiken, omdat de calorische waarde van het afval zonder kunststoffen erg klein is. Nog meer brandstof wordt gespaard wanneer de energie die tijdens de verbranding vrijkomt, wordt gebruikt om elektriciteit te genereren voor huishoudelijk of industrieel gebruik. Dergelijke energierecuperatietechnieken worden tegenwoordig in tal van Europese landen aangewend; ze zorgen voor een besparing van enkele honderdduizenden tonnen olie-equivalenten per jaar.

Tenslotte is er de positieve werking van het chloor, dat bijdraagt tot de verwijdering van zware metalen uit slakken. Die zware metalen worden als metaalzouten opgeslagen en later, samen met de andere filtreerreststoffen, zorgvuldig verwijderd. Gezuiverde slakken kunnen in de aanleg van wegen worden gebruikt.

>>> Terug naar boven

 

5. Recyclage van PVC

Zijn er geen betere methoden dan verbranden of storten, waarbij het afval een nieuwe bestemming krijgt?

In een moderne en goed beheerde verbrandingsinstallatie of op een stortplaats levert PVC uit producten die aan het einde van hun levenscyclus zijn gekomen, geen problemen op. Bij verbranding kan de inherente calorische waarde als energie worden teruggewonnen. Wel streeft de Europese PVC-industrie ernaar de hoeveelheid gestort PVC terug te schroeven. Haar aanpak is uitgestippeld in het ECVM-beleid over het beheer van PVC-afval.

Het beleid omvat richtlijnen voor de verwerking van PVC na gebruik. Het is belangrijk dat de verwijderingsopties zowel economisch als technisch haalbaar zijn. Dat hangt af van de aard van het eindproduct, de beschikbaarheid van voldoende grote hoeveelheden ‘afval’ en andere plaatselijke omstandigheden. Recycling is een mogelijkheid voor een aantal toepassingen. In de meeste Europese landen werden trouwens al programma’s opgezet om een aantal producten te recyclen (bv.: vensterramen, leidingen, vloer- en dakbedekkingsmateriaal). Verder ontwikkelt de industrie ook recyclingtechnologieën om de chemische basisverbindingen via zogenoemde ‘feedstock’-recyclingprocedures terug te winnen.

Voor producten waarvoor recycling met behulp van de huidige technologieën economisch niet haalbaar is, betekent energierecuperatie een goed alternatief. Het PVC-afval wordt verbrand en genereert licht, warmte en elektriciteit voor industrie en woningen. Vanuit milieustandpunt is storten de minst gewenste oplossing, omdat het geen hergebruik van grondstoffen mogelijk maakt. Toch zullen stortplaatsen blijven bestaan voor producten zonder leefbare hergebruikopties.

Ik heb gehoord dat bij de recycling van PVC problemen optreden omdat PVC een efficiënte recycling van andere kunststoffen zou bemoeilijken. Klopt dat?

Als we een zuiver, hoogwaardig basismateriaal willen bekomen, dat opnieuw kan worden verwerkt, dan zijn enkele ‘parts per million’ van om het even welke andere kunststof in het mengsel al problematisch. Dat geldt voor de recycling van zowel PVC, als PET, PS of een andere stof. Voor alle polymeren waarvan men na recycling een hoge zuiverheid verwacht, gelden dus dezelfde eisen.

Is het niet moeilijk om PVC te recycleren?

Nee. De recycling van PVC stelt geen intrinsieke moeilijkheden. PVC-productieoverschotten worden in het kader van ‘good housekeeping’ trouwens al jaren gerecycleerd. De recycling van eindproducten na gebruik is moeilijker, omdat in één toepassing gewoonlijk verschillende stoffen gecombineerd worden (bv. PVC, glas, hout, rubber en metaal in ramen), terwijl een homogene en zuivere aanvoer van gerecycleerde PVC noodzakelijk is voor de vervaardiging van nieuwe producten.
Er bestaan niettemin al verscheidene succesvolle recyclingprogramma’s in Europa (Zweden,Nederland,Duitsland,Oostenrijk,Frankrijk, Italië, België en het Verenigd Koninkrijk). Het gerecycleerde materiaal kent tal van toepassingen: ramen, vloer- en dakbedekkingsmateriaal leidingen,….

>>> Terug naar boven

 

6. PVC vervangen?

Kan PVC niet door andere, milieuvriendelijkere producten worden vervangen?

Bijna elke grondstof kan in de meeste toepassingen worden vervangen. Maar om dat op een verantwoorde manier te doen, moet de vervangingsgrondstof niet alleen aan de functionele eisen van de toepassing beantwoorden, aan de nodige veiligheidsnormen voldoen en tegen een concurrentiële prijs voorhanden zijn, het moet ook aantonen dat het een milieuvoordeel biedt. Om op dat laatste punt een objectieve vergelijking mogelijk te maken, wordt een milieubalans of levenscyclusanalyse opgesteld, waarin de milieubelasting van een stof gedurende zijn volledige levensduur wordt geëvalueerd: van zijn productie tot en met de verwerking van het afval. Subjectieve beslissingen om grondstoffen te vervangen, kunnen een tegengesteld effect hebben, waarbij het milieu niet wint, maar verliest. Er werden al enkele levenscyclusanalysen gepubliceerd, waarin de gunstige milieuprestaties van PVC tot uiting komen.

En de kostprijs? Is het niet goedkoper om PVC door andere grondstoffen te vervangen?

Zeker niet. Hier volgen enkele voorbeelden. Wanneer verpakkingsfilms in PVC door een ander materiaal worden vervangen, neemt de prijs met zeventig procent toe. De kosten voor de totale levensduur van vensterramen in vervangingsmateriaal kunnen tot drie keer die van PVC bedragen. Het vervangen van vloerbedekking in PVC door linoleum kan de prijs met ongeveer veertig procent doen stijgen. En een substituut voor PVC in leidingen met een diameter van 250 mm kost per meter al gauw drie keer meer. De goede kwaliteit tegen een lage kostprijs was trouwens mee verantwoordelijk voor het succes van PVC. Polyvinylchloride is economisch interessant en kan ook op milieuvlak zijn mannetje staan.

Als alles wat u zegt, waar is, waarom hebben plaatselijke, en zelfs nationale overheden het gebruik van PVC dan verboden?

Er zijn gevallen waarin het gebruik van PVC voor bepaalde, specifieke toepassingen is beperkt. Maar er zijn ook een aantal voorbeelden waarbij dergelijke beperkingen zijn opgeheven, nadat het onderwerp grondiger was onderzocht. De discussies die op dit ogenblik in Europa, zowel op nationaal als op plaatselijk vlak, worden gehouden, wijzen trouwens op een positievere houding tegenover PVC van zodra voldoende informatie voorhanden is en de feiten nauwkeurig kunnen worden bestudeerd.

>>> Terug naar boven

 

7. De toekomst veilig stellen

Door haar imago gaat de PVC-industrie erop achteruit. Wat doet de industrie daaraan?

De Europese PVC-industrie werkt hard om de bestaande normen te verbeteren en slepende misverstanden weg te werken. De milieuprestaties van onze fabrieken verbeteren voortdurend, maar er zijn gebieden waar we nog verder kunnen gaan, bijvoorbeeld in het verminderen van emissies en afval. De industrie heeft ook een recyclingbeleid voor het PVC-afvalbeheer in Europa.

Op het vlak van de communicatie is de industrie erin geslaagd een open en doeltreffende dialoog met de regelgevende overheid, de voorschrijvers en, niet in het minst, de critici tot stand te brengen. Toch heeft ze hier nog heel wat werk voor de boeg.

Wat doet de industrie om aan te tonen dat ze zich op lange termijn heeft verbonden tot het aanpassen van PVC aan de voortdurend veranderende commerciële en sociale eisen van de 21ste eeuw?

Gedurende verscheidene jaren heeft de industrie op milieuvlak aanzienlijke vooruitgang geboekt. Het engagement van individuele bedrijven is en blijft aanzienlijk. Zo ondertekenden alle leden van de ECVM in maart 1995 een Industrieel Charter over de productie van VCM en PVC. Rechtlijnigheid en consensus over doelstellingen en normen in heel Europa waren het resultaat.

In maart 2000 ondertekende alle partners van de PVC-cyclus een Vrijwillige Verbintenis waarin de uitdaging ten aanzien van duurzame ontwikkeling wordt aangegaan. Daarbij wordt ernaar gestreefd kostbare natuurlijke hulpbronnen te vrijwaren, door de hoeveelheid gestort PVC te verminderen en de invoering van programma’s voor recycling en energierecuperatie te bevorderen. Jaarlijks wordt er een opvolgingsrapport gepubliceerd die de juiste naleving van het engagement vaststelt.

Hoe ziet de PVC-industrie de toekomst?

De industrie heeft vertrouwen in de toekomst van haar product. Dankzij de combinatie van lage kosten, goede prestaties en een gunstige impact op het milieu is en blijft PVC het beste alternatief voor zowel voorschrijver als eindgebruiker. De kwaliteit van het product wordt ondersteund door het succes waarmee de industrie een aantal sleutelpunten, zoals emissies en recycling, heeft aangepakt, en door haar commitment om een open en oprechte dialoog op te zetten met iedereen die interesse betoont voor het PVC-vraagstuk, ongeacht hun bestaande overtuigingen.

>>> Terug naar boven

 

8. Bibliografie

Voor bijkomende informatie worden de volgende uitgaven aanbevolen:

Chloor
Chlorine: an Element of Surprise. ICI Chlor-Chemicals Group, Runcorn, 1993.
Die Chemie des Chlors und seiner Verbindungen. Textheft und Foliensammlung, Verband der Chemischen Industrie (VCI), Frankfurt, 1992.
Chlorine in Perspective. Euro Chlor, 1997.
IUPAC White Book on Chlorine. International Union of Pure and Applied Chemistry, Oxford, UK, 1996.
Le Chlore. 4de uitgave, Syndicat des Halaogènes & Dérivés, Parijs, oktober 1996.
Key Facts. Euro Chlor, Brussel, 1996.
Chlorine Industry Review 1995-96. Euro Chlor, Brussel, 1996.
The Natural Chemistry of Chlorine in the Environment. Euro Chlor, Brussel,1995.
Fact Sheets on Chlorine Issues. Euro Chlor, Brussel, 1996.

Gebruik van PVC
Assessment of the Release, Occurrence and Possible Effects of Plasticisers in the Environment. European Council for Plasticisers and Intermediates (ECPI), Brussel, 1993.
Argumente 3: Zum Thema Weichmacher. Verband Kunststofferzeugende Industrie
(VKE), Frankfurt.
PVC in Fires. British Plastics Federation (BPF), Londen, 1996.
Fire Properties of PVC. The Vinyl Institute, USA, 1995.
PVC im Brandfall. Dr. M. Englemann en Dr. J. Skura, Hoechst, artikel in Brandschutz/Deutsche Feuerwehr Zeitung, 1993.
Erfahrungen mit Branden unter Beteiligung von PVC. Dr. G. Binder, AgPU, Bonn, 1993.
PVC Cables: the Specifiers’ Choice. European Vinyls Corporation, 1993.
European Industry Position Paper on PVC and Stabilisers. ECVM, European Lead Stabilisers Association (ELSA), Organo Tin Environmental Programme (ORTEP), 1996. Phthalates: Their Effect on Man and the Environment in Perspective. D. F. Cadogan, conferentie PVC’96.
Which are the Most Important Carcinogens in Soot? Dr. Ernst Spindler, Vinnolit Kunststoff GmbH, Dioxin’96, Amsterdam.

Afvalbeheer en recycling
Plastics in Municipal Incineration. Dr. W. Freiesleben, European Centre for Plastics in the Environment (PWMI), Brussel 1992.
The Relationship between Chlorine in Waste Streams and Dioxin Emissions from Waste Combustor Stacks.The American Society of Mechanical Engineers (ASME), Onderzoeksrapport, 1995.
PVC Recycling and Waste Management. ECVM, 1996.
PVC Waste Utilisation. Naturvårdsverket (The Swedish National Environment Protection Board), 1996.
PVC Recycling. R. Bühl, Carl Hanser Verlag, 1996.
Energy Recovery through Co-combustion of Mixed Plastics. APME, 1994.
Longterm Behaviour of PVC in Landfill. ECVM/ELSA/ECPI/ORTEP Landfill Project, 1996.

Milieubalansen 
Ecobalance Methodology for Commodity Thermo-Plastics and Eco-profiles for PE, PP, PS and PVC. Dr. I. Boustead, European Centre for Plastics in the Environment (PWMI), Brussel, 1993.
The Products of Industrial Society: Perspectives on Sustainable Management of Material Streams. Bundestag Enquete Kommission, Bonn, Germany, 1994.
Ecobalance of Window Profile Materials. Dr. K. Richter, EMPA (The Swiss Institute for Testing Materials), 1996.

Algemeen 
PVC and the Environment. White Book, Norsk Hydro, Oslo, 1995.
PVC: the Positive Choice. EVC, 1995.
Argumentarium PVC. Verband Kunststofferzeugende Industrie (VKE), Frankfurt, 1995.
PVC Argumente. Arbeitsgemeinschaft PVC und Umwelt (AgPU), Bonn, 1996.
Additives in PVC: Making of PVC. KEMI (The Swedish National Chemicals Inspectorate), 1996.
The Environmental Aspects of the Use of PVC in Building Products. Dr. Russell Smith, Commonwealth Scientific and Industrial Research Organisation (CSIRO), Australië, september 1996.
ECVM Industry Charter for the Production of VCM and PVC. ECVM, 1995.
Analysis of PCDDs and PCDFs in Virgin Suspension PVC Resin. AEA Technology Report, augustus 1996.
Sustainable Construction. Stichting Bouwresearch, Nederland, april 1996.
PVC Explained. British Plastics Federation, 1996.
Schadstoffbilanzen – eine Quelle von Überraschungen! Dr. Ernst Spindler en Dr. M. Englemann, Vinnolit GmbH, 1995.
Überraschende Wahrheiten zu PVC. Arbeitsgemeinschaft PVC und Umwelt (AgPU), 1996.